De inzet van het kabinet is te komen tot een houdbaar systeem in de langdurige zorg waarvan kostenbeheersing en een reductie van het aantal arbeidsplaatsen onderdeel uitmaakt.

Het kabinet heeft ingezet op een stevige bezuiniging op de AWBZ, met name op de onderdelen die worden gedecentraliseerd naar de gemeenten.

Zorgakkoord

Na het sociaal akkoord ligt er sinds eind april 2013 ook een zorgakkoord. Dit is een akkoord tussen werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties (exclusief FNV AbvaKabo) en het kabinet. Het zorgakkoord kan worden gezien als een amendement of uitwerking van het regeerakkoord. Het zorgakkoord verzacht vooral een aantal maatregelen. De belangrijkste wijzigingen luiden als volgt.

  • Het budget van de jeugd-GGZ is niet gekort ging over naar de gemeenten.
  • De korting op het budget voor huishoudelijke hulp is verlaagd van 75% naar 40%.
  • De begeleiding en persoonlijke verzorging gingen in 2015 over naar gemeenten (met nog steeds 25% efficiencykorting).
  • Voor een aantal zorgzwaartepakketten gold dat zij niet meer zouden komen te vervallen voor nieuwe instromers of dat de instroom met 50% in plaats van 100% zou worden ingeperkt. Met name voor de hogere zorgzwaartepakketten gold dit.
  • • Ook verhuisden een paar zwaardere zorgzwaartepakketten in de geestelijke gezondheidszorg naar de Zorgverzekeringswet.

De uitkomsten van dit zorgakkoord bieden op bepaalde onderdelen meer duidelijkheid, maar roepen tegelijkertijd vragen op. De ZZP 3 en 4 kunnen gedeeltelijk toch binnen de kern van de AWBZ blijven, maar waar de grens zal komen te liggen is nog onduidelijk. Staatssecretaris Van Rijn zal in afstemming met veldpartijen de doelgroepen verhelderen die binnen de kern van de AWBZ blijven vallen. Ook het recht op PGB blijft bestaan, maar op welke wijze er invulling wordt gegeven aan de stringente voorwaarden waaronder een PGB kan worden verstrekt is onbekend. Daarnaast ziet het er naar uit dat gemeenten geen nieuwe mogelijkheden krijgen (anders dan de eigen bijdrageregeling) om rekening te houden met financiële draagkracht. Ook is nog onduidelijk of gemeenten echt eisen kunnen stellen aan de inzet van eigen mogelijkheden en het sociale netwerk van burgers.Ondanks temporisering van een aantal maatregelen uit het Regeerakkoord, blijven de belangrijkste maatregelen in de zorg overeind.

De verzachtende maatregelen worden gedeeltelijk bekostigd uit een verlaging van PGB-tarieven en een korting op de contracteerruimte van de zorgkantoren. Dit zou 330 miljoen euro moeten opleveren. Duidelijk is dat mensen met een PGB een lager budget zullen krijgen en ook op de andere delen van de AWBZ zal beknibbeld worden, maar hoe het precies uitpakt is nu nog niet te zeggen.

Het Kabinet rekent erop dat de overheveling als vanzelf zal leiden tot een kostenreductie: de decentralisatie is volgens het Kabinet het antwoord op het zogenaamde waterbedeffect. Van gemeenten wordt impliciet of expliciet verwacht dat binnen de Wmo kostenreducties in de huishoudelijke ondersteuning worden gevonden. Dit is mogelijk, mits gemeenten:

  • aansluiten op de basisgedachte van de Wmo: kijk niet naar rechten op diensten, maar naar gewenste of noodzakelijke compensatie voor deelname aan de samenleving.
  • waarborgen dat stappen naar deelname aan de samenleving actief worden gezet en maatschappelijke en economisch participatie als de outcome op het gebied van zorg en welzijn leidend is.
  • bijspringen bij en aansluiten op initiatieven van bewoners, vrijwilligersverenigingen en kerken, lokale bedrijven en ondernemers.
  • bij het ‘contracteren’ deze outcome waarborgen door de lokale samenleving een plek en positie te geven om ‘mee te bieden’.
  • kritisch zijn op de resultaten van de ondersteuning die wordt gegeven: levert het op wat gewenst en nodig is, is er sprake van een aantoonbare toegevoegde waarde, zijn de individuele inwoners tevreden, etc.

Hervorming langdurige zorg per 2015

In de nieuwe Wmo:

  • wordt mogelijk gemaakt dat meer mensen dan nu met ondersteuning en zorg thuis kunnen blijven wonen.
  • zijn gemeenten verantwoordelijk voor ondersteuning van burgers, zodat die kunnen participeren. Deze ondersteuning is voor verschillende doelen beschikbaar, zoals verzorging, begeleiding en participatie.
  • blijft meer budget beschikbaar dan eerder voorzien, zodat gemeenten op maat huishoudelijke ondersteuning kunnen bieden: 60% (€ 530 mln extra) in plaats van 25% van het budget.
  • komt een recht op het persoonsgebonden budget , onder stringente voorwaarden en fraudebestendig.
  • wordt er € 50 miljoen uitgetrokken om sociale wijkteams in te richten.
  • blijft cliëntondersteuning bestaan, zodat een cliënt zich kan laten bijstaan bij de aanvraag. De AWBZ-middelen hiervoor worden overgeheveld naar gemeenten (MEE).
  • is er een vangnet waarmee gemeenten steun kunnen bieden, ofwel via Wmo-voorzieningen ofwel inkomenssteun via de bijzondere bijstand. Het budget hiervoor loopt op tot ruim €700 miljoen in 2017. De huidige landelijke regelingen voor inkomenssteun verdwijnen.

In de Zorgverzekeringswet (Zvw):

  • komt een nieuwe aanspraak thuisverpleging, zodat mensen die naast verpleging ook verzorging nodig hebben die van dezelfde hulpverlener kunnen krijgen en mensen langer in eigen omgeving kunnen blijven.
  • wordt de rol van de wijkverpleging versterkt: de wijkverpleegkundige is een spil in de zorg van mensen en verbindt het medische en sociale domein. Het kabinet trekt €200 miljoen uit voor meer wijkverpleegkundigen.
  • wordt de op behandeling en begeleiding gerichte intramurale geestelijke gezondheidszorg ondergebracht.

In de nieuwe kern-AWBZ:

  • is en blijft de zorg in een instelling een verzekerd recht.
  • wordt mogelijk gemaakt dat mensen in een instelling zorg kunnen krijgen als zij niet langer met steun van hun omgeving thuis kunnen wonen. De drempel voor instellingszorg wordt ten opzichte van het Regeerakkoord verlaagd.
  • komt een recht op het persoonsgebonden budget, onder stringente voorwaarden en fraudebestendig.
  • de verhoging van de eigen bijdrage voor mensen die in een instellingen verblijven, wordt verzacht.
  • wordt meer zorg op individuele maat geboden en wordt (in plaats van standaard zorg) gekeken met welke zorg iemand het best geholpen is. In de indicatiestelling wordt bepaald of er een recht op zorg is en hoe zwaar die moet zijn. En bepaalt de zorgverlener in overleg met de cliënt welke zorg het beste past.
  • ligt bij de zorgkantoren de verantwoordelijkheid om te zorgen voor een meer doelmatige uitvoering.

Voor 2014 betekent dat:

  • extramurale dagbesteding beschikbaar blijft, net als de extramurale persoonlijke verzorging.
  • huishoudelijke hulp ook voor nieuwe cliënten beschikbaar blijft.

Verdeelmodel

Voor de gemeenten betekent het Zorgakkoord dat zij in 2015 volledig verantwoordelijk zijn voor de meest ingrijpende maatregelen (begeleiding, huishoudelijke hulp en persoonlijke verzorging). Maar ook dat ze niet al in 2014 met andere maatregelen geconfronteerd zullen worden. Eerst is het zaak om een goede inschatting te maken van de budgetten die – na de korting door het Rijk – over komen. De onderhandelingen over het daarbij te hanteren verdeelmodel lopen nog. In het najaar 2013 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht.